Mieke,s place

Powerpoints-Clipjes-muziek en veel meer

Op deze pagina vind je  teksten en verhalen gevonden op het web of zelf geschreven. Uiteraard word deze pagina ook weer regelmatig aangevuld. 

  Gekregen via mail

 

 

Het potje

Ik heb thuis een potje
Op het potje staat "verdriet".
Ik doe er vaak verdrietjes in,
want als ze klein zijn ...
huil ik niet.

 Steeds als er iets tegenzit
Er iets gebeurt wat ik niet wil
Open ik het potje,
Gooi het er erin heel stil.

Maar gisteren was de laatste
Druppel iets te veel
Van al die stukjes klein verdriet
Kreeg ik een brok in mijn keel.
Mijn hand begon te trillen
Verdriet vloog met golven  uit de pot 
Een traan begon te rollen,
Ik voelde mij erg rot.
Een onbedaarlijk snikken
deed me trillen overal,
Ik zat echt tot mijn haren
In het diepste diepe dal
Het was met rood omrande ogen
Toen ik mijzelf weer rustig kreeg,
Opgelucht keek ik naar mijn potje
 Het potje ...     Dat was leeg.
 
Dus zie je iemand lopen,
Rode ogen en heel bedeesd
Dan vraag je niets meer,
Dan weet je,
haar potje is pas vol geweest.

 

 






 

 

 

                  Gevonden op het net

 

Vriendschap

 Vriendschap is vaak zonder woorden, verlegen als een kind.

't Is vragen zonder antwoorden, vanzelfsprekend als de wind.

 

Vrienden zijn is heel normaal, maar zonder kan er geen 1.

Nodig hebben we het allemaal, alleen is maar alleen.

 

Praten over vriendschap is tegenwoordig taboe.

Emotie en gevoelens vinden we maar een gedoe.

 

Maar toch is het fijn om te horen, dat er iemand voor je is.

Dat er iemand is, als je even iemand mist.

 

Het is fijn om te horen, het voelt goed als je het weet.

Dat je er echt niet alleen voor staat, als je dat even vergeet.

 

Dat zeggen is soms erg zwaar, maar het niet zeggen is een gemis.

Soms heb geen mooie woorden klaar, maar wat echt belangrijk is:

 

Vriendschap is geen lang verhaal. In vier woorden vertel je het helemaal.

Vier woorden, elf letters. Een verschil van warm en kou.

Vier woorden, elf letters.

"Ik geef om jou"

 

(Anoniem)

Eigen verhaal

““Music was my first love and it will be my last””

 

Dit is in het kort beschreven wat muziek voor mij betekend. Volgens mij heb ik het van mijn grootvader meegekregen die man was constant met muziek bezig . Zelf maakte hij geen muziek maar het beluisteren er van was voor hem een dagelijkse bezigheid ( ik zie hem nog steeds bezig met zijn bandrecorder waar hij al zijn lievelingsmuziek op bewaarde)

 

 Toen ik een jaar of 12 was kreeg ik na lang aandringen van mijn ouders een klassieke gitaar en heb toen een jaar les gehad van een gitarist uit een kleinkunst groepje !! Dit was eigenlijk niet mijn genre van muziek maar die gast gaf me gratis les omdat het een beetje familie was. Eigenlijk had ik graag naar de muziek school gegaan maar als dochter van een arbeiders gezin was daar natuurlijk geen geld voor. Zo heb ik dus mijn droom om zelf muziek te maken noodgedwongen moeten opgeven.

 

Zo heb ik me meer en meer toegespitst op het beluisteren van de muziek zelf. Toen ik nog jong was konden heel veel genres van muziek mij bekoren zolang het maar geen kleinkunst of smartlappen waren. In die tijd was de muziek van Elvis mijn favoriete muziek vooral de rock nummers !! zo is langzaam aan mijn voorkeur voor Rock-’n-roll en Blues gegroeid !! Niet dat er momenteel geen andere genres zijn die me interesseren hoor.

 

Als ik een nummer graag hoor zal ik altijd eerst de inhoud (tekst) beluisteren want ik vind niets zo erg als een liedje meezingen en niet weten waarover het gaat. Zo ook heb ik bij bepaalde gebeurtenissen in mijn leven (goede of slechte) altijd wel een liedje dat ik daar mee associeer . Als er momenten zijn in mijn leven dat ik me niet zo goed in mijn vel voel zonder ik me meestal af om naar mijn lievelingsnummers te luisteren soms draai ik het zelfde nummer keer op keer!! En raar maar waar meestal verdwijnen dan de wolken en begint de zon te schijnen.

 

Zo kan ik nog uren bezig blijven over wat muziek voor mij betekend maar op den duur zouden jullie het vervelend gaan vinden en dat is nou net niet de bedoeling !!! Een ding zou ik toch nog graag kwijt willen aan jullie !! Een paar jaar geleden was ik op de begrafenis van een nonkel en het liedje afscheid van een vriend van Koen Wouters werd gedraaid. Ik weet pertinent zeker dat de goede man de muziek van Koen toen hij nog leefde helemaal niet wist te waarderen. Het is vanaf toen dat hetgeen ik jullie nu ga vertellen gegroeid is.  De meeste onder jullie zullen het misschien een beetje morbide vinden maar ik heb mijn naaste familie leden al ingelicht over het nummer dat ik zou willen als afscheid als het eenmaal zover is.

 

Mieke mom@

Gevonden op het net

DOORLOPEN, MOED HOUDEN, EENVOUDIG VOORTGAAN

 

Moed houden,

eenvoudig voortgaan, als je kunt.

En als je niet kunt, niet meer kunt, wachten ;

of uitrusten bij een vriend, als die er is.

En, als die er niet is, tňch wachten, dan maar alleen,

wachten tot het weer gaat :

straks, eenvoudig voortgaan.

De weg nemen zoals die komt met zijn vóór en zijn tegen.

Je oog helder als een lamp die je lijf verlicht.

Doen wat ter hand is.

Antwoorden geven als die er zijn.

En intussen voelen de tik van je stok.

Gevonden op het net

 

Een verhaal over een ontmoeting die ik had, zomaar op een avond in april 2005.............

 

Ik sta voor de spiegel en kijk. Een vreemd fenomeen doet zich voor. Mijn gezicht staart terug. Rode wangetjes, slordige blonde haren en een bril. Als mijn ogen zakken, ontmoeten ze een vreemde. Een vreemde vrouw, slank, volle borsten, een mooi lijf. Ik vraag me af wie het is………

“Hallo”, zegt het lijf tegen me. “Hallo”, zeg ik aarzelend terug. Ik wil een hand uitsteken ter kennismaking maar het lijf in de spiegel houd haar handen bij zich dus ik doe het ook niet.

”Herken je me nog?”, vraagt het lijf. “Nou, nee”, antwoord ik aarzelend. “Om eerlijk te zijn heb ik je nog nooit gezien. Je lijkt eigenlijk ook niet op iemand die ik ken”.

“Ik ben je hele naaste familie”, antwoord het lijf. “Het kan wel zijn dat je me voor het eerst ziet, ik ben namelijk al 15 jaar verborgen. Al die tijd heb ik afgewacht op mijn kans. Ik heb mijn bewoonster overal heen gedragen, heb opdrachten uitgevoerd die ze me gaf, de ondankbaarheid en het geweld dat ze op me losliet in stilte gedragen”.

“Ow?” zeg ik onzeker.. “Wat erg lijkt me dat, lijden…”. “Mwoh”, zegt het lijf. “Valt wel mee hoor. Gewoon doen of je er niet bij hoort, ondergaan en je kans afwachten. En die is gekomen. Liever gezegd; die heb ik genomen toen de tijd rijp was.”

“Hoe bedoel je, tijd rijp was? “vroeg ik. “Waarom is de tijd rijp?”.

“Heel eenvoudig”, antwoord het lijf geheimzinnig. “Ik heb gewoon braaf mijn mond gehouden al die jaren. Heb mijn bewoonster gesteund in het bieden van een façade tegen de buitenwereld. Heb gewerkt als een schild om haar tegen de boze buitenwereld te beschermen.”

“Oef, dat lijkt me best heavy”, antwoord ik.

“Dat is het ook”, zegt het lijf. “Maar ik heb het met liefde gedaan. Ik weet dat ik mijn werk goed deed. Mijn bewoonster stopte me vol met eten dat vet en zoet was en ik heb het braaf omgezet in een façade. Een lading vet zodat de boze buitenwereld niet meer bij mijn kwetsbare meisjeslijf kon komen.”

“Was die façade nodig dan?” vroeg ik. “Ja hoor”, antwoord het lijf vrolijk. “Weet je”, zegt het, terwijl het een beetje naar me toe buigt. “Mijn bewoonster heeft namelijk nogal wat problemen gehad, je kent het wel…”. Op mijn ontkennend schudden gaat het verder; “Ach ja, jeugd met veel druk, angst dat de mensen alleen maar met haar om gingen vanwege haar uiterlijk. Prestatiedrang, druk, aandacht vanwege haar uiterlijk. Uiteindelijk zat het allemaal in haar geest en niet in mij, maar ja, dat had ze niet helemaal door. Raar ding, die geest. Zo vlak voor haar neus, veroorzaker van alle problemen en wie draait er voor op? Ik……… Naja, deed het met plezier zogezegd.”

“Maar schijnbaar dan toch niet langer”, antwoord ik.

“Nee”, zegt het lijf.” Dat is een ander verhaal. Het is lang. Heb je de tijd?” Ik antwoord dat ik alle tijd van de wereld heb, ga toch nergens heen door mijn suikerziekte. “Mooi”, zegt het lijf.

”Ik zal je het verhaal vertellen…”.

“Zoals gezegd, begon het al lang geleden. Ik was jong, vrolijk en werd goed onderhouden. Mijn bewoonster hield van spelen, sporten, bewegen. In het huis waarin het opgroeide was een streng regime. Volkorenbrood, veel groente, fruit en gezond vlees. Patat? 1x in de maand ovenfrieten. Frikadellen, big macs??? Nog nooit van gehoord, laat staan dat het in huis kwam. Weet je dat mijn lijf voor het eerst een frikadel heeft gehad toen het 18 was? Maar dat even terzijde.

Er werd dus goed voor mij gezorgd. Elke dag flink sporten, gezond eten. Niets aan de hand, zou je zo zeggen. Voor mij dan ook niet. Wel voor mijn bewoonster en haar geest. Ik kan het me wel voorstellen hoor, altijd enorme druk op haar, moeten presteren en altijd te horen krijgen dat het niet goed was, dat het beter kon. Nou ja, daar heeft iemand een stukje over geschreven op een BED groep en daar past ze dus precies in het profiel. Over vragende ouders, een vader die er nooit was, noem het hele rijtje maar op.

En daar kon haar geest niet zo goed tegen. Mijn bewoonster werd een heel onopvallend grijs muisje dat geen vriendinnetjes had, dat niet populair was, dat in de klas genegeerd werd. Ik zag er uit als een jongens lijfje. Aangezien mijn bewoonster zich ook niet meisjes achtig kleed, werd ik vaak aangezien voor een jongen. Dat vond ik verder niet erg, ik deed ook leuke jongens dingen. Maar de geest van mijn bewoonster had daar moeite mee. Begrijpelijk, maar toch.

Zo ging mijn leventje van een leien dakje, terwijl de geest langzaam afgleed, de afgrond in. Sneu, eigenlijk als je het zo bekijkt. Het maakte mijn bewoonster niet vrolijker. Toen ze tegen de 16 liep, kreeg ze rare dingen in het hoofd. Plannen over er een eind aan maken, zelfmoord plegen enzo. Stom, in mijn ogen maar wie ben ik… Ik werd toch al genegeerd al die jaren. Werd bedekt met lange rokken tot op de grond, wijde blouses om vooral toch maar niet zichtbaar te zijn.

Toen mijn bewoonster echter 18 jaar werd, zag ik mijn kans schoon. Ze ging namelijk op dansles. En, het bleek dat ze heel goed kon dansen. Meer dan goed zelfs. Om een lang verhaal kort te maken werd ze ‘ontdekt’ en opgeleid tot wedstrijddanseres. Een succesvolle. Ze was zelfs zo succesvol dat ze onbetwiste kampioen van de dansschool werd en al snel in wedstrijd klasses mocht dansen. Een feest voor mij. Schitterende dansjaponnen van voile en bont en glinsters vielen mij ten deel. Ik mocht laten zien hoe mooi ik was. Hoe ik straalde en er perfect uitzag. Ook in het dagelijkse leven begon mijn bewoonster mij mooi aan te kleden. Mooie lingerie, aparte kleding. Dat kon, want ik had een perfect maatje 36 met een mooie cup b borsten. Ik was mooi en dat wilde ik laten zien ook. Mijn bewoonster wilde dat ook wel, alleen weet ik niet vanwege wat voor reden. De geest had er erg veel moeite mee. Het was gewend aan het onopvallende bestaan, het over het hoofd gezien worden, het genegeerd worden. Het was gewend dat het niet bestond.

Nu kreeg het aandacht. Aandacht van van volkomen vreemde mensen, aandacht van mannen. Nog meer mensen met nog meer eisen. Eisend dat ze mooi, sprankelend was. Eisend dat ze een stukje aandacht aan hen gaf, een stukje van haar schoonheid deelde, van haar vaardigheden, van haar vriendelijkheid, van haar kunsten als danseres. Dans met me, geef een demonstratie, ga met me om, ga met me uit. Wees een prinses en laat me van je genieten….

De geest kon hier niet goed mee omgaan. Het was niet gewend aan al die aandacht en het gaf en het gaf en het gaf. Tot het niet meer kon. Het had zoveel gegeven dat het kleine restje dat er nog was voor zichzelf ook op raakte. En dat wilde het niet. Kon het niet verdragen.

Dus het ging koortsachtig bij zichzelf ten rade. Hoe stop ik dit, hoe houd ik die laatste paar procent voor mezelf. En het greep terug op een strategie die het haar hele leven al had toegepast. Snoepen en eten. Ja, daar was ze goed in. Toen ze klein was, stal ze geld uit de portemonnee van haar moeder en kocht er snoep van. Elke dag wel weer. En nooit vroeg de plaatselijke winkelier waar het geld vandaan kwam en waarom het meisje elke dag snoep kocht. Ze nam gewoon het geld aan en schoof snoep over de toonbank. De geest weet het tot op de dag van vandaag nog precies; salmiaklolly 15 cent, drop smile, 5 cent, hubba bubba kauwgum 5 cent, poederlolly 15 cent, zakje venco drop 75 cent….

Enfin. De strategie werkte prima. Immers, het dagelijks eten en snoepen was al een vaste gewoonte. Vrienden van de bewoonster ginnegapten al dagelijks; “Zie je AM, zie je haar eten… Altijd heeft ze iets in de mond”. Dat was ook niet erg, ik, het lijf, kon het hebben. Ik heb nooit geklaagd, bleef altijd slank.

Dit was echter de geest niet naar de zin. En dus begon de groffe aanval. Patat met dubbel mayonaise, 2 hamburgers met frisse saus en dat na het sporten als extra. Frikadellen, big macs, deden de intrede. Eerst zette het niet veel zoden aan de dijk. Door de vele stress werd het overeten wel gecompenseerd. In die tijd is het er in geslaagd om het gewicht met 4 kg omhoog te krijgen. En toen kwam de verlossing. AM kreeg verkering. Met een jongen die a. kok was en b. zelf ook niet goed in zijn vel zat. Dus goede tijden braken aan. Verkering met een hofmakerij van vette paling. 1 pak per persoon per dag. Eten met verrukkelijke sauzen op slagroom basis. En de kilo’s vlogen eraan. De geest werd gek van vreugde toen de kilo’s zich opstapelden… 2…..5….8……10……. 20……

Uiteindelijk is het ergens blijven steken bij 85 kg. Maar dat is een verhaal waar ik zo aan toekom. De geest was happy. Het hield zichzelf voor; “Al die jaren ben ik dun geweest door stress en nu heb ik mijn geluk gevonden. Ik word misschien wel dik maar eindelijk mag ik zijn wie ik ben. Ik ben trots op mezelf…

De opmerkingen vanuit de vriendenkring konden het niet deren. Opmerkingen als; “Goh, zou AM zwanger zijn? “Tot opmerkingen die recht in het gezicht gemaakt werden; “Je krijgt wel een buikje meid”.

Uiteraard had het consequenties voor het dansen. De prinses was niet langer prinses maar werd bevorderd tot lerares. Ze werd van de dansvloer afgezet maar kreeg promotie. Ze mocht zakenpartner worden van de dansschool. Waarom dat uiteindelijk niet door is gegaan is een ander verhaal en doet er eigenlijk niet toe maar het eind van het liedje was dat de dansschool verkocht werd en mijn bewoonster haar geest en haar inmiddels dik geworden lijf naar Australië sleepte.

Maar daar wil ik het een volgende keer over hebben. Voor dit moment ben ik uitverteld.

Ik kijk mijn lijf aan en denk er over na. “Maar hoe voelde jij je eronder dan?”vroeg ik voorzichtig.

“Ach”, schokschouderde het lijf. “Dat doet er immers niet zoveel toe”. Als de bewoonster maar een indruk van veiligheid heeft. Dat dat allemaal schijn was, had ik haar ook kunnen vertellen maar ja, wie luistert er nu naar een eenvoudig lijf. Zoals ik eerder zei, als ik mijn werk maar goed doe. En dat deed ik…”.

To be continued….

 

Anna Marijke